• +088- 040 6600
  • info@tomtheorie.nl

Lading

Lading

You are here:

Lading

Lading vervoeren betekent dat u moet weten aan welke wettelijke bepalingen u zich moet houden.  En hoe u de lading veilig en doelmatig moet vervoeren.

Algemeen

Met betrekking tot de lading gelden de volgende algemene eisen:

  • de bestuurder mag bij het besturen niet door passagiers, lading of op andere wijze worden gehinderd. Ook mag de lading geen belemmering zijn voor het uitzicht naar voren en opzij en moet het zicht door de spiegels vrij blijven;
  • de lading of delen daarvan moeten zodanig zijn gezekerd (vastgezet) dat deze onder normale verkeerssituaties niet van of uit het voertuig kunnen vallen. Losse lading zoals zand, grind of puin moet deugdelijk zijn afgedekt, bijvoorbeeld met een zeil of een net;
  • personenauto’s mogen niet zodanig zijn beladen dat de (in het kentekenbewijs vermelde) toegestane maximum-aslast, de maximumlast onder de koppeling, of de toegestane maximummassa wordt overschreden;
  • op onverharde wegen mogen ook personenauto’s en daardoor voortbewogen aanhangwagens (eventueel incl. lading) niet breder zijn dan 2,20 m;
  • de lading mag niet vóór het voertuig uitsteken. Bij aanhangwagens geldt het kopschot als voorzijde;
  • de lading mag niet meer dan 1 m achter het voertuig uitsteken;
  • de lading mag niet meer dan 5 m achter de achterste as van het voertuig uitsteken; – de lading mag niet aan de zijkant uitsteken;
  • door de lading mag het zicht op de verlichting, de retroreflectoren, de richtingaanwijzers of de kentekenplaat van het voertuig niet worden belemmerd, tenzij er een extra voorziening is aangebracht.

In de lengte ondeelbare lading

Lading die in de lengte ondeelbaar is, zoals lichtmasten, balken en ladders, moet voldoen aan enkele specifieke eisen.

De lange lading mag:

  • aan de achterzijde van personenauto’s niet meer dan 1 m achter het voertuig uitsteken;
  • aan de voorzijde van personenauto’s, niet meer dan 1 m voor het voertuig uitsteken;
  • aan de achterzijde van aanhangwagens niet meer dan 0,5 maal de lengte van het voertuig uitsteken, met een maximum van 5 m;
  • niet voor aanhangwagens (de koppeling) uitsteken.

In de breedte ondeelbare lading vervoeren

Lading die in de breedte ondeelbaar is mag niet breder zijn dan voor het vervoer noodzakelijk is. De lading van personenauto’s mag niet meer dan 20 cm buiten elke zijkant van het voertuig uitsteken tot een maximumbreedte van 2,55 m. Voor aanhangwagens geldt dat de breedte van het voertuig incl. de lading niet breder mag zijn dan voor het vervoer noodzakelijk is, met een maximum van 3 m.

Markering van de lading

Lading vervoeren die méér dan 1 m voor of achter het voertuig uitsteekt moet voorzien zijn van markeringsborden. Daar er voor personenauto’s geldt dat de lading niet meer dan 1 m mag uitsteken is daarvoor deze regel niet van toepassing.

lading vervoeren aanhangwagen

De regel geldt echter wel als er met een personenauto een aanhangwagen wordt voortbewogen, waarbij de lading aan de achterzijde van de aanhangwagen wel meer dan 1 m uitsteekt.

Lange lading die meer dan 1 m achter het voertuig uitsteekt, moet gemarkeerd zijn met een markeringsbord.

Tijdens het vervoer van in de breedte ondeelbare lading die meer dan 10 cm buiten elke zijkant van het voertuig uitsteekt, moet de voor- en achterzijde van deze lading aan weerszijden gemarkeerd zijn met een markeringsbord. Deze markering moet zo zijn aangebracht dat zij zoveel mogelijk de grootste breedte van de lading aangeeft. Deze regel geldt niet voor personenauto’s, maar wel voor een daardoor voortbewogen aanhangwagen.

Als de verplichte verlichting gevoerd moet worden, moet aan de achterzijde van de in de lengte uitstekende lading een rood licht zijn aangebracht. Bij lading die in de breedte uitsteekt moet dan aan weerszijden van de voorzijde een wit licht en aan weerszijden van de achterzijde een rood licht zijn aangebracht.

Scherpe delen van de lading

De lading van voertuigen mag geen scherpe delen hebben die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren. Dat geldt niet als deze lading of delen daarvan zich meer dan 2 m boven het wegdek bevinden.

Goederen, bijvoorbeeld fietsen, mogen aan de achterzijde van een auto alleen vervoerd worden met een deugdelijke lastdrager.

Lastdrager

Bij deze lading vervoeren gelden de volgende eisen:

  • de lastdrager en de goederen moeten deugdelijk zijn bevestigd;
  • de lastdrager (met goederen) mag maximaal 20 cm buiten elke zijkant van het voertuig uitsteken;
  • de lastdrager mag uitsluitend worden gebruikt voor die goederen en die hoeveelheid waarvoor de lastdrager is gemaakt;
  • als de lastdrager of de daarop meegevoerde goederen de verlichting, richtingaanwijzers, remlichten en kentekenplaat afschermen, dan moet ook de lastdrager aan de achterzijde deze voorzieningen hebben;
  • als de lastdrager is bevestigd op een trekhaak, mag de maximum kogeldruk die door de fabrikant is vastgesteld niet worden overschreden. Als hierover geen gegevens bekend zijn, dan mag de kogeldruk maximaal 75 kg bedragen.

Ook het vervoer op het dak, bijvoorbeeld van ski- en bagageboxen, dient met een deugdelijke lastdrager te geschieden. Daarbij moet worden voldaan aan de volgende eisen:

  • de lastdrager en de goederen moeten deugdelijk zijn bevestigd;
  • de lastdrager mag uitsluitend worden gebruikt voor die goederen en die hoeveelheid waarvoor de lastdrager is gemaakt;
  • de maximum daklast die door de fabrikant van het voertuig is vastgesteld mag niet worden overschreden.
RuudBrocken