• +088- 040 6600
  • info@tomtheorie.nl

Blogarchief

Zuinig en milieubewust autorijden

Nieuwe stijl autorijden

Zuinig en milieubewust autorijden.

Voor een schoner milieu moet ook de automobilist zijn bijdrage leveren. Daarom is op initiatief van de overheid Het Nieuwe Rijden (HNR) ingevoerd. HNR kan u helpen bij een milieubewuste rijstijl. Uw persoonlijke rijstijl bepaalt namelijk grotendeels de zuinigheid, de hoeveelheid uitlaatgassen en het geluid. U kunt met het nieuwe rijden een brandstofbesparing realiseren van ongeveer 10% – 15%. Daarnaast kunt u ook flink besparen op bijvoorbeeld banden en remmen. Een (milieu) bewuste rijstijl bevordert ook het veilig rijden.

Voor het nieuwe zuinig en milieubewust autorijden volgen hieronder enkele richtlijnen en tips:

  • start niet eerder de motor dan dat u weg kunt rijden en start zonder gas te geven;
  • laat de motor niet stationair warm draaien. Tijdens het stationair draaien duurt het lang tot de motor bedrijfswarm is en er worden veel schadelijke stoffen geproduceerd. Rijd daarom na het starten meteen rustig weg;
  • accelereer niet onnodig met vol gas. Door met een ‘fluwelen voet’ gas te geven verbruikt de auto niet alleen minder brandstof, maar is ook de geluidshinder en de slijtage aan de auto minder;
  • rijd niet met onnodig hoog toerental, maar schakel tijdig door naar de juiste versnelling. De hoogte van het toerental is afhankelijk van (de leeftijd) van de auto. Moderne auto’s zijn met motoren uitgerust die met lage toerentallen (rond 1500 toeren bij zowel diesel- als benzinemotoren) heel zuinig rijden;
  • blijf met een zo constant mogelijke snelheid rijden. Het is mogelijk dat u binnen de bebouwde kom regelmatig in de vierde of vijfde versnelling rijdt. Dat is dus wel afhankelijk van het type motor en de verkeersomstandigheden;
  • rijd zo mogelijk niet de maximumsnelheid. Het brandstofverbruik, uitlaatgassen en bijgeluiden nemen bij hoge snelheden onevenredig sterk toe. Als u driekwart van de maximumsnelheid rijdt daalt het brandstofverbruik ongeveer met de helft. Let er wel op dat u de andere bestuurders niet irriteert.
  • wees zuinig met inhalen. Veelal geeft het risico’s, heeft het weinig nut en de tijdwinst is vaak te verwaarlozen;
  • rijd zo gelijkmatig mogelijk en anticipeer op komende situaties;
  • nader kruispunten, verkeerslichten, voetgangersoversteekplaatsen en overwegen met aangepaste snelheid. Als u snelheid wilt minderen, schakel dan niet te snel terug. Laat vroegtijdig het gaspedaal los en laat de auto zo lang mogelijk zonder de koppeling in te trappen in een zo hoog mogelijke versnelling uitrollen. Bewaar wel voldoende afstand tot uw voorligger;
  • neem voor bochten tijdig gas terug en geef bij het uitkomen van de bocht weer rustig gas;
  • rem niet abrupt (behalve in acute situaties), maar maak gebruik van het rollend vermogen van de auto;
  • zet bij een stop, zoals bij verkeerslichten, geopende bruggen en gesloten overwegen, waar u langer dan één minuut moet wachten, de motor af;
  • reageer rustig en ontspannen op de diverse verkeerssituaties en gebruik de claxon uitsluitend ter afwending van dreigend gevaar en niet om onnodig geluidshinder te veroorzaken.
  • bijzondere manoeuvres zoals keren, achteruitrijden enz. moeten voor een belangrijk deel met een slippende koppeling worden uitgevoerd. Daarbij wordt vaak teveel gas gegeven omdat men bang is dat de motor zal afslaan. In de meeste gevallen kan u zonder gas of met net iets meer dan het stationair toerental volstaan. Enige oefening op dit punt leidt tot een betere voertuigbeheersing en een forse brandstofbesparing.

De individuele omstandigheden

De individuele omstandigheden hebben ook effect op zuinig en milieubewust autorijden. Ongunstig voor het brandstofverbruik is de hoge verkeersdichtheid in de grote steden met de talrijke verkeerslichten. Ook het rijden van korte afstanden met steeds het starten en warmdraaien van de motor en het in file rijden in lage versnellingen.Door eerst goed na te denken kunt u misschien meerdere korte ritten met elkaar combineren. En eventueel op een ander tijdstip rijden kan voorkomen dat u in file moet rijden of stil komt te staan.

Zuinig en milieubewust autorijden

Natuurlijk kan het brandstofverbruik ook ongunstig worden beïnvloed zonder dat u daar iets aan kan doen. Het is normaal dat een auto in de winter en tijdens slechte en zware gebruiksomstandigheden meer brandstof verbruikt. Zoals op slechte wegen, rijden in de bergen, rijden met een aanhangwagen, rijden met passagiers enz.

De technische voorwaarden

Om zuinig en milieubewust te kunnen autorijden moet u ook enige technische voorwaarden opvolgen zoals:

  • de voorgeschreven onderhoudswerkzaamheden moeten precies volgens het serviceplan door een erkende garage worden uitgevoerd;
  • de bandenspanning moet regelmatig (ten minste 1x per 2 maanden) worden gecontroleerd, omdat een te lage spanning het brandstofverbruik verhoogt. Bij 20 % te lage bandenspanning neemt de rolweerstand met ruim 10 % toe;
  • het brandstofverbruik en het motoroliepeil van uw auto regelmatig controleren. Hierdoor herkent u vroegtijdig een storing die het verhoogde verbruik veroorzaakt;
  • geen onnodige ballast meenemen;
  • imperiaal, skibox, fietsenrek en caravanspiegels direct na gebruik verwijderen;
  • het rijden met geopende ramen en/of geopend schuifdak en met cabrioleta uto’s verhoogt het brandstofverbruik en is dus niet milieuvriendelijk;
  • stroomverbruikers zoals de achterruitverwarming, de airconditioning (grootste verbruiker) en de spiegelverwarming gebruikt u pas als het echt moet en nooit langer dan nodig is;
  • een cruisecontrol houdt de ingestelde snelheid van de auto constant bij wisselende rijomstandigheden, zoals wind en hellingen zonder dat u het gaspedaal bedient. De ingestelde snelheid wordt in stand gehouden door een nauwkeurig automatische gasdosering. Het brandstofverbruik is door dit systeem gunstiger. De cruisecontrol wordt uitgeschakeld door te remmen en als het koppelingspedaal wordt ingetrapt. Een gevaar van het rijden met een cruisecontrol is dat de cruisecontrol soms te laat wordt uitgezet (bijvoorbeeld op de autosnelweg) waardoor in bepaalde situaties de (naderings)snelheid te hoog wordt. Goed anticiperen en adequaat reageren is dus een vereiste.

Andere belangrijke aanwijzingen voor Zuinig en milieubewust autorijden

Naast de persoonlijke rijstijl, de individuele omstandigheden en de technische voorwaarden zijn er nog andere belangrijke milieu-aanwijzingen zoals:

  • geen grotere of zwaardere auto rijden dan voor u en/of uw werkzaamheden nodig is;
  • als bij het tanken het vulpistool voor de eerste keer afslaat is de brandstoftank voldoende gevuld. Als u dan toch doortankt, vult u ook de expansieruimte in de brandstoftank en bij verwarming kan dan de brandstoftank overlopen;
  • auto’s met een katalysator mogen uitsluitend loodvrije brandstof tanken. Reeds één tankvulling met loodhoudende brandstof veroorzaakt een verslechtering van de katalysatorwerking;
  • auto’s zonder katalysator moeten ook, als het enigszins mogelijk is, loodvrije brandstof tanken;
  • bij aankoop van verzorgingsmiddelen voor uw auto moet u voor milieuvriendelijke producten kiezen en de overblijfselen hiervan niet in de vuilniszak gooien;
  • u moet de auto uitsluitend wassen of laten wassen op de daarvoor aangewezen plaatsen. Het wassen van de auto op andere plaatsen kan plaatselijk zelfs verboden zijn;
  • het schoonspuiten van het motorblok mag uitsluitend in een daarvoor geschikte ruimte gebeuren, omdat het vervuilde water met behulp van een olieafscheider moet worden gereinigd van benzine, dieselolie, vet en olieresten;
  • om lekkages van de auto tijdig te ontdekken moet u regelmatig onder de motorkap en onder de auto controleren op olie- of andere vlekken;
  • motorolie verversen en het vervangen van een oliefilter kan u het beste overlaten aan de garage, omdat hiervoor de vereiste vakkennis en meestal speciaal gereedschap nodig is. Ook mag de afgewerkte olie in geen geval in de riolering of in de grond terecht komen. Datzelfde geldt ook voor versnellingsbakolie, afgetapte koelvloeistof, remvloeistof, een oude of defecte accu, versleten of kapotte autobanden;
  • een autowrak of omvangrijke samenstellende delen daarvan mag u niet zomaar ergens achterlaten. Een afgeschreven motorrijtuig moet worden afgegeven bij een autodemontagebedrijf (sloopbedrijf).

Milieuzones 

Veel gemeenten zullen i.v.m. het milieu in hun gebied een zogenoemde milieuzone invoeren. Hierdoor worden vooral de oudere (milieuvervuilende) auto’s uit bijvoorbeeld de binnensteden geweerd. Voor hen is dit een wezenlijk onderdeel van Zuinig en milieubewust autorijden.

De milieuzones worden aangegeven door de borden C22a en C22b. Binnen die gebieden is het verboden met motorvoertuigen te rijden die niet voldoen aan de milieueisen. Bord C22a geldt niet voor personenauto’s met een dieselmotor die blijkens een aantekening in het kentekenregister of op het kentekenbewijs op de weg zijn toegelaten na 31 december 2005. Voor alle personenauto’s zonder dieselmotor (bijvoorbeeld benzine, LPG of elektrisch) geldt een eerste toelating die is gelegen na 30 juni 1992.

Verder geldt het verbod niet voor bestelauto’s met een dieselmotor die blijkens een aantekening in het kentekenregister of op het kentekenbewijs op de weg zijn toegelaten na 31 december 2005. En voor alle bestelauto’s die niet voorzien zijn van een dieselmotor. Het verbod geldt ook niet voor andere categorieën motorvoertuigen dan vrachtauto’s, bestelauto’s en personenauto’s (bijvoorbeeld autobussen, motorfietsen en tractoren).

Motor Rijexamen

Motor RIJEXAMEN

Het motor praktijkexamen verkeersdeelneming duurt 55 minuten. Zorg dat je ruim op tijd aanwezig bent (ongeveer 15 minuten). Dat geeft rust, zo vlak voor je examen. Ga zitten tot je examinator je roept. Het examen verloopt zo:

Je maakt eerst kennis met de examinator. Die legt uit hoe je examen verloopt.

motor praktijkexamen

 

Je examinator controleert je identiteitsbewijs. Ook kijkt hij of je bent geslaagd voor het motortheorie-examen in het afgelopen anderhalf jaar of dat je een geldig rijbewijs voor de lichte motor of motor-automaat bij je hebt.

Vervolgens doe je op het parkeerterrein een ogentest. Daarbij moet je het kenteken van een stilstaande auto kunnen lezen op een afstand van ongeveer 25 meter.

Daarna stelt je examinator enkele vragen, ter voorbereiding van de rit. Bijvoorbeeld over het checken van de banden of de remmen. Indien je je goed voorbereid hebt met de theorieopleiding dan zal je dit geen problemen geven

Hierna begint de rit van zo’n 35 minuten. De examinator rijdt in zijn eigen auto achter je aan. 
Naast de examinator zit je rijinstructeur. Die geeft je onderweg de aanwijzingen en opdrachten via het ontvangertje in je helm.

De examinator toetst of je veilig en zelfstandig kunt rijden. En of je voldoende rekening houdt met andere weggebruikers. De examinator let onder andere op:

  • kijkgedrag
  • je plaats op de weg
  • of je de verkeersregels goed toepast
  • of je ook in het verkeer de motor beheerst

Je krijgt tijdens het examen alle gelegenheid om te laten zien wat je kunt. Helemaal foutloos hoeft niet, het gaat om het totaalbeeld. Belangrijk is hoe je reageert op het overige verkeer en of je de situatie meester bent. Kortom, de examinator bekijkt of je voldoende in huis hebt om veilig en zelfstandig aan het verkeer deel te nemen.

Direct na afloop van de rit krijg je in het CBR-examencentrum te horen of je geslaagd bent.

Gevaarherkenning

En Gevaarherkenning

Wat is gevaarherkenning

Gevaarherkenning is de kunst van het vergaren van alle details om uzelf te kunnen instellen op wat er kan gaan gebeuren. Een goede bestuurder zoekt oplossingen door van te voren een beeld te vormen van wat hij of zij denkt dat kán gaan gebeuren. De rij-instructeur zal u tijdens de rijlessen gevaarherkenning aanleren. Nadat u het rijbewijs heeft gehaald zult u, door ervaring, gevaarherkenning beter ontwikkelen.

Gevaarherkenning

Het vergaren van de details kunt u met alle zintuigen (zien, horen, ruiken, voelen en proeven). Iedereen heeft een gezichtsveld van ongeveer 180 tot 190 graden. Hierdoor kunt u recht vooruit scherp zien. Daarna wordt de scherpte van wat u ziet aan beide zijden steeds minder. Door uw hoofd van links naar rechts en van boven naar beneden te bewegen kunt u de scherpte van uw gezichtsveld steeds aanpassen

U kunt deze bewegingen ook met uw ogen maken. Door uw hoofd en ogen constant op de juiste plek te plaatsen en te bedenken wat er mogelijk kan gaan gebeuren, kunt u het gevaar vroegtijdig herkennen. Alleen dan is het mogelijk om op tijd te beslissen en hiernaar te handelen om ongelukken te voorkomen.

Met behulp van de vijf taakprocessen kunt u gevaarherkenning beter ontwikkelen.

Stel uzelf constant de volgende vragen en voer deze dan uit:

  1. neem waar:

    • wat zie ik?
    • wat hoor ik?
    • wat ruik ik?
    • wat voel ik?
    • wat proef ik?
  2. voorspel:

    • wat gaat die andere verkeersdeelnemer doen?   – welke keuzes heb ik zelf om dit op te lossen?
  3. evalueer:

    (stel de waarde van uw mogelijke keuze vast)

    • wat voor invloed heeft mijn keuze op de verkeersveiligheid?
    • wat voor invloed heeft mijn keuze op de mobiliteit/bereikbaarheid?
    • welke invloed heeft mijn keuze op de doorstroming?  
    • en wat voor invloed heeft mijn keuze op het milieu?
  4. beslis:

    • ik neem een weloverwogen beslissing waar ik helemaal achter sta.
  5. handel:

    • ik voer mijn genomen beslissing uit.

Als bestuurder heeft u de verkeerstaak om de juiste gedragskeuze te maken. En natuurlijk kunt u de beste keuze maken als u vroegtijdig de mogelijke gevaren herkent en erkent. Er zijn vele mogelijkheden bij gevaarherkenning maar het CBR heeft de antwoordmogelijkheden beperkt tot het volgende:

  1. Dat wil zeggen flink snelheid verminderen of zelfs stoppen.
  2. Gas loslaten. Extra attentie en voorbereid zijn op een andere
  3. Dat wil zeggen gewoon door blijven rijden met dezelfde snelheid.

 

Hoe doet u dat?

  • Kijk minimaal 200 m vooruit. Fixeer uw blik niet, kijk (om de 5 tot 8 seconden) in uw binnen- en buitenspiegel(s).
  • Beweeg uw ogen en hoofd naar de weg die voor u ligt. Voorkom dat u gaat staren naar één punt. Kijk afwisselend ver weg en vervolgens vlak voor uw auto.
  • Zorg ervoor dat u altijd een uitwijkmogelijkheid heeft.
  • Vermijd ‘dode hoeken’ door uw achteruitkijkspiegel en buitenspiegel(s) zodanig af te stellen dat u het achterop komend verkeer tijdig en duidelijk kunt zien.
  • Heb voortdurend aandacht voor andere verkeersdeelnemers.
  • Zorg dat u niet alleen de wettelijke betekenis van de borden kent maar ook de verkeersinzichtelijke.

Gevaren

Gevaren kunnen worden veroorzaakt door:

  • uw gemoedstoestand, uw kennis van de regels, uw rij-ervaring, het niet uitgerust deelnemen aan het verkeer en het gebruik van alcohol;
  • de weg en de omgeving, zoals de soort en de toestand van het wegdek, complexe omgevingen en risicovolle gebieden zoals scholen en winkelcentra;
  • het tijdstip waarop u gaat rijden, maandagochtend ten opzichte van zondagmorgen;
  • het weer, met sneeuw, regen of mist;
  • de seizoenen, bij een laagstaande zon en bladeren op het wegdek;
  • andere weggebruikers, door hun gemoedstoestand, hun regelkennis en hun rij- ervaring.

Alcohol, drugs

Alcohol, geneesmiddelen en DRUGS

Rijden onder invloed

Het rijden onder invloed is een misdrijf. Het is iedereen verboden een voertuig te besturen, of als bestuurder te doen besturen (rij-instructeur of rij-examinator), terwijl hij verkeert. Van een onder zodanige invloed van een stof, waarvan hij weet of redelijkerwijs moet weten, dat het gebruik daarvan, al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof, de rijvaardigheid kan verminderen. En dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moet worden geacht. Deze stoffen zijn alcohol, bepaalde geneesmiddelen en drugs. Het negatief effect van geneesmiddelen en/of drugs wordt versterkt in combinatie met alcoholgebruik.

Geneesmiddelen en drugs kunnen uw rijvaardigheid beïnvloeden. Bij gebruik van alcohol kan dit zogenaamde tunneleffect ontstaan.

Werking alcohol

Na het drinken van vijf glazen alcoholische drank bent u ongeveer 7,5 uur onder invloed. Het duurt 1,5 uur voordat de lever een standaard glas bier, wijn of sterke drank heeft afgebroken. Als u ‘s avonds enige glazen heeft gedronken, zit u misschien de volgende ochtend nog niet nuchter achter het stuur. Daarom, als u wilt drinken dan moet u niet rijden, wilt u wel rijden dan moet u niet drinken. De negatieve lichamelijke en geestelijke gevolgen van alcohol en verkeer zijn: u ziet minder, reageert later, u kan zich slecht concentreren en u denkt meestal dat u nog prima kunt rijden.
Bijna alle soorten alcoholische drank, geschonken in de daarvoor bestemde glazen, bevatten nagenoeg dezelfde hoeveelheid alcohol. Frisse buitenlucht, koffie en kauwgom verminderen het alcoholpercentage niet.

BOB Bewust Onbeschonken Bestuurder - Rijden onder invloed

Controle en gevolgen

U bent altijd verplicht medewerking te verlenen aan een ‘voorlopig onderzoek‘. Ook als de politie geen alcoholgebruik bij u heeft vastgesteld. Deze verplichting bestaat reeds op het moment dat wordt vastgesteld dat u aanstalten maakt om te gaan rijden. Dit onderzoek bestaat uit een ademtest met een elektronische tester. U moet tijdens deze test alle gegeven aanwijzingen stipt opvolgen.
Geeft de test bij beginnende automobilisten meer dan 0,2 promille of 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht aan (één glas alcoholische drank), dan moet u mee naar het politiebureau. Hier wordt de exacte hoogte van het alcoholgehalte vastgesteld met een nauwkeurig ademanalyse-apparaat. Op het bureau moet u tweemaal op een analyse-apparaat blazen om een geldige uitslag te krijgen. De uitslag is direct beschikbaar en geeft aan hoe hoog het alcoholgehalte precies is. Deze uitslag is een officieel bewijsmiddel en kan op de terechtzitting tegen u gebruikt worden.

Bromfietsers

De wet geeft ook aan dat voor bromfietsers. Waarvoor hen die nog geen 24 jaar oud zijn, een maximum alcoholpromillage van 0,2 promille of 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht geldt. Voor bromfietsers van 24 jaar en ouder geldt dan weer een maximum alcoholpromillage van 0,5 promille of 220 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht.

Onderzoek

U bent altijd verplicht mee te werken aan als het voorlopig onderzoek daartoe aanleiding geeft. U moet dan mee naar het politiebureau om daar verplicht medewerking te verlenen aan een ademtest met een ademanalyse-apparaat.
In sommige gevallen kan de politie u vragen voor een bloedonderzoek. Als dit onderzoek om medische redenen onwenselijk is, bent u verplicht om medewerking te verlenen aan een urineonderzoek.

Straf

De verdere straf (en de mogelijk op te leggen maatregel) is afhankelijk van de hoeveelheid alcohol die bij u wordt gemeten.  En kan variëren van een geldboete tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Een boete of gevangenisstraf -ook als die voorwaardelijk is- gaat vaak gepaard met een al dan niet voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid. Het spreekt voor zich dat de rechter een veel zwaardere straf oplegt aan iemand die al eerder voor rijden onder invloed is bestraft. Of die onder invloed van alcohol een aanrijding heeft veroorzaakt waarbij gewonden of doden zijn gevallen.

Zo is ook voor rijden onder invloed het puntenrijbewijs ingevoerd, waarbij het rijbewijs na twee opgelopen punten ongeldig wordt verklaard. Zie voor verdere informatie hoofdstuk 34 onder het kopje puntenrijbewijs.
Het weigeren mee te werken aan één van de controles is een misdrijf, wordt dan ook als zodanig bestraft en levert tevens een punt op voor het puntenrijbewijs. Bijna altijd legt de politie bij geconstateerd alcoholgebruik een rijverbod op, dat tot maximaal 24 uur kan oplopen.
Bij beginnende bestuurders kan dat zelfs oplopen tot 26 uur!

Overtreden

Wordt een rijverbod overtreden door toch een voertuig te besturen -dus ook een fiets- dan is er sprake van een misdrijf. In veel gevallen legt de politie niet alleen een rijverbod op, maar vordert zij ook direct het rijbewijs in. In ieder geval als het adem- alcoholgehalte meer dan 570 microgram per liter uitgeademde lucht bedraagt of als de politie vermoedt dat dit het geval zal zijn. Het laatste kan zich voordoen als u niet kunt of wilt blazen. Ook al is het alcoholgehalte van uw adem lager, dan kan de politie toch, in bepaalde gevallen, het rijbewijs direct invorderen.

Rechter

Verkeert u namelijk onder een zodanige invloed van alcohol, dat daardoor de veiligheid op de weg in gevaar is gebracht (dat kan al gebeuren na het drinken van één glas alcoholische drank) dan moet u uw rijbewijs ook onmiddellijk inleveren. Het is de officier van justitie die -doorgaans binnen tien dagen- beslist over verdere inhouding totdat de zaak voor de rechter komt. De rechter beslist uiteindelijk of u voor langere tijd uw rijbewijs kwijt bent. Tijdens de periode van een ontzegging van de rijbevoegdheid mag u geen enkel motorrijtuig op de openbare weg besturen, ongeacht of daarvoor wel of geen rijbewijs is vereist. Fietsen mag dan wel.

Als u door een rechter voor een misdrijf wordt veroordeeld, hebt u een strafblad.
Een verzekeringsmaatschappij kan schade verhalen op bestuurders die met rijden onder invloed betrokken zijn geweest bij een verkeersongeval. Ook is het mogelijk dat de maatschappij u niet meer wil verzekeren.

Theorie examen aanvragen

Theorie aanvragen CBR

Bij het CBR kun je direct je theorie examen aanvragen. Voor de auto, bromfiets of motor. Maak de keuze waar en wanneer je het CBR examen wil afleggen en ontvang de CBR oproepkaart. Ga nu naar CBR.nl om jouw theorie-examen direct te kunnen reserveren.

De uitslag van jouw examen

Zo werkt het theorie examen: je krijgt de uitslag ook binnen 24 uur per e-mail toegestuurd. Dit kan wel alleen als jij (of je rijschool) je e-mailadres hebt doorgegeven bij de reservering. De uitslag ‘Voldoende’ is 1,5 jaar geldig. Mocht je gezakt zijn, dan legt de mail uit waar je extra aan moet werken voor je volgende theorie-examen. Ook kun je na ontvangst van deze mail een nieuwe examen inplannen.

CBR theorie aanvragen met TOM Theorie

Geslaagd

Slagen voor het CBR theorie examen met TOM Theorie werkt. Onze cursisten weten een beduidend hoger slagingspercentage te halen in vergelijking met leerlingen die uit een boekje leerden. En natuurlijk slaag jij ook voor je theorie-certificaat !