• +088- 040 6600
  • info@tomtheorie.nl

Blogarchief

Spitsstrook

Spitsstrook

Spitsstrook

Op drukke autosnelwegen waar in de spits lange files ontstaan, mag u de vluchtstrook gebruiken als extra rijstrook om zodoende het fileprobleem enigszins tegen te gaan. Wanneer en over welke afstand u deze zogeheten spitsstrook mag gebruiken wordt met borden en/of rijstrooklichten aangegeven. Als de spitsstrook in gebruik is dan is deze strook ook voorzien van een groene pijl. Een gesloten spitsstrook wordt aangegeven door een rode pijl of door borden. Bij openstelling van de spitsstrook mag u de tussenliggende doorgetrokken streep overschrijden. Voor weggebruikers met pech zijn naast deze strook op regelmatige afstand vluchthavens aanwezig.

De snelheid

Als spitsstrook geopend of gesloten is heeft dat ook gevolgen voor de ter plaatse geldende snelheid. Dat is duidelijk aangegeven middels borden. Bijvoorbeeld: u mag maximaal 100 km per uur rijden als de spitsstrook open is en 120 km per uur bij een gesloten spitsstrook tussen 06.00 uur ’s morgens en 19.00 uur ’s avonds. En, let op, tussen 19.00 uur en 06.00 uur ’s morgens mag u 130 km per uur rijden, want dan geldt er geen beperking. Even goed nadenken dus.

 

Achtergrond informatie

Bij een spitsstrook wordt de vluchtstrook ingericht tot extra rijstrook tijdens de spitsuren. De meesten hiervan bevinden zich op autosnelwegen met 2×2 rijstroken, maar breder is in principe ook mogelijk. Fysiek wordt er relatief weinig aangepast. De grootste aanpassingen zijn het creëren van vluchthavens voor pechgevallen en eventueel het aanpassen van aansluitingen. De markering wordt toegepast met een ontwerp als de spitsstrook gesloten is, het grootste aantal uren van de dag. Dit betekent dat verkeer dat over de geopende spitsstrook rijdt, de doorgetrokken kantmarkering mag en moet overschrijden. Daarbij mag en moet het verkeer over niet-opgevulde puntstukken rijden bij aansluitingen. Verkeer dat bij een gesloten spitsstrook uit wil voegen naar een afrit dient dat twee maal te doen, vanaf de rechterrijstrook naar de spitsstrook en vervolgens naar de uitvoegstrook. Tevens worden bij spitsstroken een smalle kantmarkering toegepast aan de rand van de spitsstrook. Uiteraard is het van belang dat de spitsstrook minimaal even breed is als de normale rechterrijstrook om het vrachtverkeer te kunnen verwerken. In Nederland is dit geen probleem, aangezien vluchtstroken hiervoor standaard breed genoeg zijn. Spitsstroken worden geschouwd met camera’s die op korte intervallen zijn geplaatst. Als de camera’s uitvallen, of er geen zicht is vanwege mist, mag de spitsstrook niet opengesteld worden.

Openstelling

Oorspronkelijk werden de spitsstroken vanaf een uurintensiteit van 1.500 voertuigen per rijstrook opengesteld. In 2011 is dit veranderd naar 1.350 voertuigen per uur per rijstrook. De spitsstroken zijn daarmee een half uur tot een uur langer per dag open. Sindsdien zijn spitsstroken beduidend langer geopend, waarmee met name groei is in het aantal geopende uren bij een rustige verkeerssituatie, daarnaast nam de openingsduur ook toe doordat in die tijd een aantal nieuwe spitsstroken zijn toegevoegd. Daarentegen zijn spitsstroken gemiddeld slechts 8-10% geopend bij rustig verkeer. Dit hangt mogelijk samen met de werkdruk in de verkeerscentrale. Voordat een spitsstrook opengesteld kan worden moet er geschouwd worden. Om deze piek beter te verdelen worden spitsstroken soms al vroegtijdig geopend. Bij de openstellingsduur van een spitsstrook doet zich ongeveer een kwart van de tijd druk verkeer door, dit is de piek van de spits. Bij tweederde van de geopende tijd betreft het middeldruk verkeer, en bij 10% of minder van de tijd is de spitsstrook geopend bij rustig verkeer. De gemiddelde openingsduur per spitsstrook steeg van 3 uur per dag in 2006 naar 6 uur per dag in 2013.

Verkeersveiligheid

Door het openstellen van spitsstroken verbetert de doorstroming en nemen met name het aantal kop-staartaanrijdingen af. Echter ook blijkt dat het ongevalsrisico op snelwegen met spitsstroken hoger ligt dan reguliere situaties als de I/C-verhouding lager ligt dan 0,3 of hoger dan 0,7. Bij situaties met een I/C-verhouding tussen 0,3 en 0,7 is het ongevalsrisico niet noemenswaardig hoger dan bij reguliere situaties. Dit betreft een vergelijking tussen autosnelwegen met 2 rijstroken en een spitsstrook (rechts) en autosnelwegen met 3 rijstroken en een vluchtstrook, de meest voorkomende situatie met spitsstroken in Nederland. In het geval van een spitsstrook links (plusstrook) is het ongevalsrisico bij een I/C-verhouding van lager dan 0,3 hoger, maar in tegenstelling tot een spitsstrook rechts is het ongevalsrisico bij een hoge I/C-verhouding niet hoger. Hiermee zijn spitsstroken links (plusstroken) in drukke situaties veiliger dan spitsstroken rechts. Het ongevalsrisico bij spitsstroken rechts is rond aansluitingen wezenlijk hoger dan in situaties zonder spitsstroken, zowel in geopende als gesloten toestand.

Gebruik

Spitsstroken worden hoofdzakelijk intensief benut bij drukke verkeerssituaties. In dat soort gevallen is alle beschikbare capaciteit nodig om het verkeer te laten doorstromen. In middeldrukke situaties is het gebruik van de spitsstrook rechts al wezenlijk lager, en bij rustige situaties ligt het gebruik van de spitsstrook significant lager dan de andere rijstroken.[8] Dit lijkt samen te hangen met het feit dat als het niet erg druk is, hoofdzakelijk vrachtverkeer van de spitsstrook gebruik maakt, en overig verkeer de reguliere twee rijstroken gebruikt. In het geval van een spitsstrook links (plusstrook) ligt het gebruik in alle situaties significant lager ligt dan de reguliere rijstroken. Dit lijkt samen te hangen met het feit dat plusstroken vaak smal zijn. Echter bij plusstroken ligt de gereden snelheid significant hoger dan op de reguliere rijstroken. Dit lijkt samen te hangen met het feit dat de strook minder druk is en verkeer op de linker rijstroken traditioneel sneller rijdt dan op de andere rijstroken. Bij rustige situaties bij geopende spitsstroken rechts wordt de ingestelde maximumsnelheid bovendien massaal overschreden op de reguliere rijstroken, waardoor een groot snelheidsverschil ontstaat tussen de spitsstrook en overige rijstroken.

Ongevallen en Verkeer

Risico’s en Ongevallen

Ongevallen en Verkeer zijn situaties waar u natuurlijk liever niets mee te maken wil hebben. Maar als u betrokken bent bij een verkeersongeval en/of brand moet u als u daartoe in staat bent enige maatregelen treffen. Vaak raken mensen in paniek en komen daardoor meestal nog verder in de problemen. Daarom is het belangrijk dat u weet hoe u in zo’n situatie moet handelen.

Ongevallen voorkomen

Zorg dat u de auto veilig kunt gebruiken. Houd daarvoor de ramen schoon, zorg voor voldoende frisse lucht zodat u geconcentreerd kunt rijden. Zorg er ook voor dat u de auto goed kunt bedienen en gebruik de kindersloten als dat nodig is. Ongeveer 15 % van de verkeersongevallen is het gevolg van vermoeidheid. Neem daarom voldoende rust voordat u aan een lange rit begint en neem tijdens de rit regelmatig een pauze (2 uur rijden en 15 minuten rust). Zorg ervoor dat de temperatuur in de auto niet te hoog wordt, warmte werkt slaapverwekkend.

Probeer nooit risico’s te nemen of uw eigen grenzen op te zoeken. Dat kan resulteren in het onderschatten van verkeersrisico’s. En is een van de redenen waarom jonge beginnende bestuurders vaker betrokken zijn bij ongevallen.

De drie factoren die de belangrijkste oorzaak zijn van verkeersongevallen zijn; mens, omgeving en voertuig. De mens is met 92%, de grootste oorzaak is van verkeersongevallen. In 3% van de gevallen is dat het voertuig en in 5% van de gevallen is een ongeval te wijden aan de omgeving. Bij deze factoren spelen de weersomstandigheden ook een belangrijke rol in het verkeer. Regenval geeft een verminderd zicht en voorzichtigheid is dus geboden. Sneeuw geeft ook een verminderd zicht maar zorgt daarnaast ook voor ernstige gladheid waardoor de remweg verlengd wordt. De weggedeelten die het eerste glad worden als het gaat vriezen zijn bruggen en viaducten.

Het gebruik van alcohol, drugs en bepaalde geneesmiddelen is af te raden, omdat deze stoffen nog uren daarna uw rijvaardigheid ernstig kunnen beïnvloeden. Tenslotte is het rijden onder invloed niet alleen gevaarlijk en asociaal, maar ook streng verboden.

Het naderende verkeer waarschuwen

Als na een verkeersongeval de rijbaan geheel of gedeeltelijk geblokkeerd is of als er slachtoffers op de rijbaan liggen, moet het naderende verkeer gewaarschuwd worden en eventueel tot stilstand worden gebracht. Plaats gevarendriehoeken, gebruik de waarschuwingsknipperlichten en laat bij slecht zicht en bij nacht de verlichting branden. Probeer in ieder geval het naderende verkeer duidelijk te maken dat er een ongeval heeft plaats gevonden zodat er niet nog meer ongevallen zullen gebeuren.

Het Europees alarmnummer

Bel onmiddellijk het alarmnummer 112 als de politie of andere professionele hulp nodig is. Bij minder ernstige ongevallen, bijvoorbeeld uitsluitend blikschade, belt u in Nederland 0900-8844. Geef in ieder geval uw naam en telefoonnummer door, zodat men u kan terug bellen als dat nodig is. Belangrijke informatie is ook de exacte plaats van het ongeval, bijvoorbeeld op autosnelwegen de gegevens die staan vermeld op het dichtstbijzijnde hectometerbord, of er doden en hoeveel gewonden er zijn.

Ongevallen en Verkeer 112

Vertel ook of er mensen bekneld zitten, er brandende voertuigen bij zijn en/ of dat er voertuigen met gevaarlijke stoffen bij betrokken zijn. Geef in zo’n geval de nummers door die op de oranje borden staan. Ook andere informatie die u relevant vindt en de reeds genomen maatregelen.

De stand van de voertuigen vastleggen

Als het voor de veiligheid nodig is, moet u, indien mogelijk, de verongelukte voertuigen meteen van de rijbaan verwijderen. U moet dan wel eerst de stand van de voertuigen vastleggen. Gebruik hiervoor krijt, tape of een camera. Dat kan voor alle belanghebbenden achteraf veel duidelijk maken. Probeer in ieder geval een veilige doorgang voor het overige verkeer vrij te houden.

Verzamelen van de nodige gegevens

Noteer of onthoud de belangrijkste gegevens van de tegenpartij. Zoals kenteken, soort en merk voertuig, type, kleur en eventuele bijzonderheden. Vraag aan omstanders of zij getuigen zijn geweest van het ongeval, wat zij gezien hebben en of zij bereid zijn om als getuige op te treden. Maak bij (geringe) blikschade de rijbaan direct vrij en wissel de gegevens uit op de vluchtstrook of, nog beter, rijdt naar de dichtstbijzijnde parkeerplaats.

Ongevallen en Verkeer Mobiel schade melden

Het is ook mogelijk de schade van een verkeersongeval te melden middels de smartphone. Het verbond voor verzekeraars heeft daarvoor de mogelijkheid geschapen via Mobielschademelden.nl

Het invullen van een Europees schadeformulier is dan niet nodig. Let wel, het geldt alleen als er sprake is van blikschade. Is het een ernstig ongeval waarbij gewonden of doden zijn gevallen dan dient het ongeval nog middels het formulier gemeld worden.

Vul het Europees schadeformulier duidelijk in. Beantwoord alle van toepassing zijn de vragen/vakjes, vergeet niets op de situatietekening en plaats uw handtekening onderaan het formulier. Het maakt niet uit of u de vragen bij Voertuig A of voertuig B invult. Laat ook de tegenpartij het formulier invullen en ondertekenen. Als de politie ter plaatse is, maakt zij van het gebeurde een proces-verbaal op en/of legt het vast op een registratieformulier.

Verkeersborden en Verkeersregels

Verkeersborden en verkeersregels

Verkeersborden en VERKEERSREGELS

Verkeersborden en Verkeersregels  is een document van de Rijksoverheid.

Hier ook te downloaden.

i-m-rvv2014-nl