• +088- 040 6600
  • info@tomtheorie.nl

Blogarchief

Vergelijk online leren met boek

Vergelijk online leren

Vergelijk online leren met een boek en ontdek waar de verschillen zijn. Ben je helemaal boek-minded, of is een digitale versie meer jouw ding?

De verschillen

Onderstaande tabel maakt duidelijk wat de verschillen kunnen zijn;

 TOMAnderen
Alle verkeersborden
Alle CBR Theorie
Afbeeldingen
Digitaal boek
E-Learning
Alle theorie beschreven, verfilmd en voorgelezen
Blended E-Learning met Gamification
App voor gepersonaliseerde training
CBR vragen in App en E-Learning
Adaptief, vragen op je App elke dag op jouw niveau
Oefenen zonder beperking in tijd
Oefenen met tijdsbeperking
Virtuele docent
Helpdesk/ Support dagelijks bereikbaar
Examens nu geschikt voor nieuwe CBR norm 2017

Woonerven

Woonerven

Woonerven bestaan uit één of meerdere straten zonder trottoir, voetpad of fietspad. U moet rekening houden met niet gemarkeerde voorwerpen en onregelmatigheden in de weg, zoals drempels, bloembakken, paaltjes, bomen en speeltoestellen voor kinderen. Deze maatregelen zijn genomen om het karakter van het erf te benadrukken en het verkeersgedrag van bestuurders te beïnvloeden.

Verkeersregels binnen een erf

Voetgangers en kinderen mogen wegen gelegen binnen een erf over de volle breedte gebruiken. Spelen, praatje maken, wandelen en op banken zitten is overal toegestaan. Zij zijn hier de hoofdfiguren. Bestuurders mogen binnen een erf niet sneller rijden dan 15 km per uur. Omdat bestuurders zich (soms onbewust) niet houden aan genoemde snelheid, kunnen ter extra attentie aparte snelheidsborden geplaatst worden.

Woonerven

Verder moet u als bestuurder steeds rekening houden met voetgangers en spelende kinderen. U mag hen niet hinderen of in gevaar brengen. Het rijverkeer is hier dus ondergeschikt aan het voetgangersverkeer. Het kan voorkomen dat u moet stoppen en even moet wachten.

Binnen een erf moet u dezelfde voorrangsregels toepassen als op kruispunten van gelijkwaardige wegen. Dat betekent dat u alle bestuurders van rechts voorrang moet verlenen.

Parkeren

Bestuurders van motorvoertuigen en van brommobielen mogen hun voertuig uitsluitend parkeren op de als zodanig aangeduide of aangegeven voor parkeren bestemde weggedeelten. Deze plaatsen zijn kenbaar gemaakt door bord E4 of door de letter ‘P’ op de weg. Dat geldt ook voor het parkeren van een motorfiets. Deze voertuigen zijn meestal zo omvangrijk dat parkeren buiten de parkeergelegenheden meestal overlast zal opleveren.

Als het erf tevens is aangeduid als parkeerschijfzone, moet u -voor het parkeren van voertuigen- zich houden aan de parkeerregels voor die zones.

Fietsen, snorfietsen en bromfietsen moeten worden geplaatst op het trottoir, voetpad of in de berm. Maar omdat in erven deze weggedeelten ontbreken en de als zodanig aangeduide of aangegeven parkeergelegenheden uitsluitend bedoeld zijn voor motorvoertuigen, mogen zij binnen een erf op alle andere plaatsen worden geplaatst. Natuurlijk op een zodanige wijze dat daardoor geen gevaar of hinder ontstaat of dat de doorgang voor andere weggebruikers wordt geblokkeerd.

Het verlaten van een erf

De in- en uitgang van een erf is meestal uitgevoerd als in- en uitrit (doorlopend trottoir). Als u vanuit een uitrit de weg wilt oprijden moet u alle weggebruikers, dus ook voetgangers, voor laten gaan.

De App van TOM

App van TOM

De App van TOM is ontworpen om deelnemers uit te dagen door selectieve herhaling en gebruikt slimme opdrachten om kennis te activeren. Wanneer een deelnemer bepaalde kennis minder goed opneemt, wordt deze vaker geoefend. Op deze manier ontstaat per deelnemer een persoonlijk herhalingsschema.

Deze App is een onderdeel van jouw Opleiding van TOM. De App stuurt jouw dagelijks vragen over de theorie die jij op dat moment aan het leren bent. Leer jij vandaag over rotondes en tunnels, dan zul jij morgen vragen kunnen oefenen op je app. Middels een notificatie weet jij dat er weer een oefening voor je klaar staat. Dan kan jij onderweg naar school of je werk deze even oefenen.

TOM Theorie online via app

Theorie oefenen met TOM op je iPhone

De resultaten hiervan worden weer verwerkt in je cursus en zo werk je naar de juiste kennisopname. Alle resultaten kun jij terugvinden in het dashboard in je cursus. Statistieken van deze trainings app laten zien dat wanneer deze wordt ingezet, de cursusresultaten verbeteren. Het is eenvoudig voor deelnemers om te trainen voor hun examen, en deelnemers zullen alles wat zij geleerd hebben tijdens hun cursus ook veel beter en langer onthouden.

Examendatum

De App kan zodanig ingesteld worden dat deze naar een specifieke datum (examen) toe werkt. De app houdt rekening met de voortgang en zal zich aanpassen aan het niveau van dat moment. De app zal een en ander intensiveren als blijkt dat de stof aan het einde van de cursus nog niet voldoende beheerst wordt. Deelnemers aan de cursus kunnen gratis de de app voor iOS en Android downloaden. Op deze manier kunnen zij de MemoTraining maken waar en wanneer zij willen. Het CBR theorie examen is nu binnen handbereik.

de App van TOM

 

 

Verkeerstekens op de weg

Verkeerstekens op de WEG

Verkeerstekens op de weg zijn van belang voor iedere weggebruiker. Hieronder een opsomming van de tekens die u tegen kan komen.

Doorgetrokken streep

Een streep zonder onderbrekingen is pas een ‘doorgetrokken streep‘ als hij minstens 20 m lang is. We onderscheiden twee groepen doorgetrokken strepen: kantstrepen en strepen voor het scheiden van rijstroken. Een kantstreep bevindt zich langs de rand van de rijbaanverharding.

Een doorgetrokken streep tussen rijstroken op rijbanen of paden met verkeer in beide richtingen betekent dat u die streep niet naar links mag overschrijden en dat u zich niet links van die streep mag bevinden. Dat mag wel als aan de rechterzijde van de doorgetrokken streep een onderbroken streep is aangebracht. Als de streep zich bevindt tussen rijstroken of op paden voor verkeer in één richting, mag u die streep niet naar links of naar rechts overschrijden. Ook in dit geval mag dat wél als tussen u en de doorgetrokken streep een onderbroken streep is aangebracht.

Bijzondere gevallen

De doorgetrokken streep tussen een vluchthaven of vluchtstrook op een auto(snel) weg en de rechter rijstrook is geen ‘doorgetrokken streep‘ in de zin van het hiervoor behandelde. De streep vormt immers geen scheiding tussen twee rijstroken (een vluchtstrook of vluchthaven is geen rijstrook) en men kan het ook geen kantstreep noemen. In een noodgeval mag u de vluchtstrook of vluchthaven wel gebruiken en dus de streep overschrijden. Is een vluchtstrook opengesteld als spitsstrook dan mag de doorgetrokken streep ook overschreden worden. Voor een kantstreep, die geen scheiding tussen twee rijstroken vormt, gelden de hiervoor behandelde regels ook niet. Een kantstreep mag u overschrijden, bijvoorbeeld om de berm te gebruiken bij pech, om daar te parkeren, of om een inrit in te rijden.

U mag de doorgetrokken streep overschrijden als de spitsstrook open is.

Doorgetrokken en onderbroken streep

Als een rijbaan of pad door een naast elkaar liggende doorgetrokken en onderbroken streep in rijstroken is verdeeld, dan mag u deze strepen overschrijden als u de onderbroken streep aan uw kant hebt. Maar u moet er wel rekening mee houden dat inhalen hier meer gevaar oplevert. Deze twee strepen naast elkaar noemen we ook wel combinatiestreep.

Omdat de streep onmiddellijk links van u een onderbroken streep is, mag u de doorgetrokken streep ook overschrijden.

Onderbroken streep

Er worden overwegend twee soorten onderbroken strepen gebruikt: de onderbroken streep met de verhouding 1:3 die in feite alleen het midden van de rijbaan of het pad aangeeft en de onderbroken streep met de verhouding 3:1 (waarbij de strepen dus drie keer zolang zijn als de onderbrekingen). Deze streep geeft niet alleen het midden aan, maar waarschuwt ook voor het feit dat u bijvoorbeeld bochten, hellingen of andere onoverzichtelijke situaties nadert of dat er een doorgetrokken streep volgt. Deze waarschuwingsstrepen geven dus aan dat u nog voorzichtiger moet zijn dan u al was.

Blokmarkering

Een blokmarkering is een onderbroken streep die u mag overschrijden en geeft de invoeg- en uitrijstroken en splitsingen in wegen aan. Als langs een blokmarkering een doorgetrokken streep is aangebracht, mag u deze markering en streep pas dan overschrijden als u de onderbroken markering aan uw kant hebt. Soms worden met blokmarkeringen voorsorteerstroken aangegeven. Twee rijen blokmarkeringen naast elkaar, dwars over de rijbaan, geven een oversteekplaats voor fietsers, snorfietsers en bromfietsers aan.

Reflectoren

Reflectoren worden beschouwd als scheiding door een onderbroken streep. Op een doorgetrokken streep mogen ook reflectoren worden aangebracht. Deze streep blijft dan toch een doorgetrokken streep.

Kantstrepen

Kantstrepen zijn doorgetrokken strepen langs de kanten van de rijbaan. Deze strepen geven het verloop van de rijbaan aan. U mag deze strepen overschrijden als u in geval van noodzaak gebruik wilt maken van een vluchtstrook, vluchthaven of de berm. U mag deze streep ook overschrijden als u in- en uitritten in of uit wilt rijden of als u wilt parkeren op een parkeerstrook of in de berm.

Gele doorgetrokken streep

U mag uw voertuig niet laten stilstaan langs een gele doorgetrokken streep.

Tijdelijke maatregelen

Bij wegwerkzaamheden is het dikwijls noodzakelijk tijdelijke maatregelen te nemen. Soms worden wegen geheel of gedeeltelijk afgesloten. Weggebruikers zullen dan worden geconfronteerd met ‘werk in uitvoering’. Zij worden hiervoor gewaarschuwd door (matrix)borden. Ter plaatse worden zij geholpen door de aangebrachte bebakening zoals verkeerskegels en tijdelijke gele strepen op het wegdek. Tijdelijk geplaatste of toegepaste verkeerstekens op het wegdek hebben dus de kleur geel en gaan boven de ter plekke aangebrachte andere verkeerstekens op het wegdek. Wanneer er bijvoorbeeld een witte doorgetrokken streep is aangebracht op het wegdek maar bij werkzaamheden ligt er een gele onderbroken streep naast, dan geldt de gele wegmarkering en mag de streep gewoon overschreden worden.

Bij wegwerkzaamheden moet u dus extra goed opletten en snelheid aanpassen. Ook kunnen de tijdelijke strepen glad zijn. Bij omleidingen wordt de route aangegeven door gele borden met een symbool, nummer of letter.

Blauwe streep

Een blauwe streep is aangebracht in een parkeerschijfzone. Als u parkeert langs deze streep, moet u daarom altijd een parkeerschijf gebruiken.

Schuine pijl

De schuine pijl die is aangebracht op een rijstrook vóór verdrijvingsvlakken geeft aan dat u die rijstrook moet verlaten in de aangegeven richting.

Verdrijvingsvlak

Een verdrijvingsvlak is een weggedeelte waarop schuine strepen zijn aangebracht. U mag dit vlak niet gebruiken. De strepen verwijzen u naar die zijde van de rijbaan waar u moet gaan rijden.

Puntstuk

Een puntstuk is een meerhoekig vlak op het wegdek bij splitsingen of samenvoegingen van wegen, rijstroken of rijbanen. Met ‘meerhoekig‘ wordt niet alleen de bekende driehoek bedoeld, maar ook rechthoeken en trapeziumvormige stukken. Puntstukken zijn aangebracht op het wegdek ter geleiding van het verkeer.

Verkeerstekens op de weg

 

Deze puntstukken mogen aan beide zijden voorbij gereden worden. Puntstukken mogen, net als verdrijvingsvlakken, niet worden gebruikt door bestuurders. Dit verbod geldt niet wanneer een bestuurder een spitsstrook volgt en daardoor onvermijdelijk over het puntstuk moet rijden.

Voorsorteerstrook

Als u op een kruispunt een bepaalde richting wilt volgen, moet u als bestuurder van een motorvoertuig of bromfiets gebruikmaken van de aanwezige voorsorteerstrook waarin deze richting met pijlen wordt aangegeven. Is de voorsorteerstrook voorzien van een doorgetrokken streep, L4 dan mag u niet meer van strook veranderen.

Bord L4 kan van tevoren aangeven dat u moet voorsorteren.

Busbaan

Een busbaan is een rijbaan waarop het woord ‘BUS’ of ‘LIJNBUS’ is aangebracht. Als op de rijbaan het woord ‘BUS’ is aangebracht mogen uitsluitend bestuurders van lijnbussen, andere autobussen en trams deze rijbaan gebruiken. Als op deze rijbaan het woord ‘LIJNBUS’ is aangebracht, dan mogen uitsluitend bestuurders van lijnbussen en trams deze rijbaan gebruiken.

Busstrook

Een busstrook is een rijbaangedeelte dat door een doorgetrokken of onderbroken streep van de rijbaan is afgescheiden en waarop het woord ‘BUS’ of ‘LIJNBUS’ is aangebracht. Als op deze strook het woord ‘BUS’ is aangebracht mogen uitsluitend bestuurders van lijnbussen, andere autobussen en trams deze strook gebruiken. Als op deze strook het woord ‘LIJNBUS’ is aangebracht, dan mogen uitsluitend bestuurders van lijnbussen en trams deze strook gebruiken.

Parkeerstroken en parkeervakken

Parkeerstroken en parkeervakken worden met strepen, andere verharding of met de letter ‘P‘ gemarkeerd. U mag uitsluitend op die plaatsen recht en geheel binnen de aangegeven markering parkeren.

Fietsstrook

Een fietsstrook is een gedeelte van de rijbaan dat door een doorgetrokken of onderbroken streep is gemarkeerd en waarop afbeeldingen van een fiets zichtbaar zijn. Het gebruik van deze strook met doorgetrokken streep is verboden voor andere bestuurders, behalve voor (snor)fietsers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig. Het volgen van deze strook met onderbroken streep is voor andere bestuurders wel toegestaan. Vanzelfsprekend mag u daarbij niemand hinderen.

Stopstreep

Een stopstreep is een brede streep die in de dwarsrichting is geplaatst. Als de stopstreep voor u bestemd is, moet u altijd stoppen bij het stopbord, bij een stopteken van een verkeersregelaar, bij een voetgangersoversteekplaats (zebrapad) of oversteek met verkeersbrigadiers en als het verkeerslicht op rood staat. Bij dubbele stopstrepen, de zogeheten opgeblazen fietsstrook, is de voorste streep bestemd voor fietsers en snorfietsers en de achterste streep voor de overige bestuurders.

Stopbord

Een stopbord (B7) waarschuwt dat u een kruispunt nadert waar u eerst vóór het kruispunt moet stoppen en voorrang moet verlenen aan bestuurders (dat zijn alle weggebruikers behalve voetgangers) op de kruisende weg. Voor deze kruispunten is op de weg ook een stopstreep aangebracht.

Haaientanden

Haaientanden zijn voorrangsdriehoeken op de weg. Als u een kruispunt met deze driehoeken nadert moet u voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg. Voor deze kruispunten is meestal ook bord B6 geplaatst.

Voorrangsteken

Een voorrangsteken waarschuwt u dat u een kruispunt nadert waar u voorrang moet verlenen aan bestuurders op de kruisende weg. Voor deze kruispunten is ook bord B6 geplaatst en zijn op de weg meestal haaientanden aangebracht.

Voetgangersoversteekplaats

Een voetgangersoversteekplaats (zebrapad) is een markering die in de dwarsrichting van de rijbaan, het fietspad of het fiets/bromfietspad is aangebracht en uit brede witte strepen bestaat.

Andere oversteekplaats

Een andere oversteekplaats is een markering die in de dwarsrichting van de rijbaan, het fietspad of het fiets/bromfietspad is aangebracht en die uit smalle onderbroken strepen (kanalisatiestrepen) bestaat (bijvoorbeeld een oversteekplaats voor voet- gangers, fietsers en snor/bromfietsers).

Verkeersdruppel

Verkeersdruppels zijn druppelvormige vlakken die de functie hebben van een (getekende) vluchtheuvel.

Zigzagstreep

De zigzagstreep betekent dat u snelheid moet minderen omdat u een gevaarlijk punt nadert.

Maximumsnelheid

Een aanduiding van de maximumsnelheid op borden wordt soms ondersteund door een aanduiding op het wegdek.

Tunnelteken

Bewegwijzering in een rij- of voorsorteerstrook kan u op onbekende plaatsen zekerheid geven over uw geplande reisbestemming.

Een tunnelteken in een rij- of voorsorteerstrook geeft aan dat die strook bestemd is voor bestuurders die de rijstrook naar de tunnel willen volgen.

Algemene bepalingen

Algemene BEPALINGEN

Algemene bepalingen. De bevoegdheid van opsporingsambtenaren.
Alle bevoegde en kenbare ambtenaren mogen aanwijzingen en bevelen geven voor de veiligheid en vrijheid van het verkeer. U bent verplicht op het eerste verzoek te stoppen en de verplichte ‘documenten’ zoals het rij- en kentekenbewijs af te geven, zodat deze ambtenaren ze kunnen controleren. Als het nodig is mogen ze uw voertuig onderzoeken en daarvoor naar een andere plaats (laten) overbrengen. U bent verplicht medewerking te verlenen en zo nodig de ambtenaar in uw voertuig te vervoeren. In het belang van de veiligheid of voor het vrijhouden van bepaalde plaatsen mag de ambtenaar uw voertuig (laten) verplaatsen of in bewaring stellen.

Aanwijzingen

Aanwijzingen gaan altijd boven verkeerstekens en verkeersregels. U bent verplicht de aanwijzingen onmiddellijk op te volgen die bevoegde en kenbare ambtenaren mondeling of door gebaren geven. Dat geldt ook voor militairen van de marechaussee en als zodanig herkenbare verkeersregelaars. Verder bent u verplicht te stoppen als een begeleider van een railvoertuig een stopteken geeft met een stopbordje, rode vlag of lamp. Ook bent u verplicht te stoppen voor het stopteken van kenbare en bevoegde verkeersbrigadiers.
U moet nu rechts afslaan, omdat de aanwijzing van de politieagent boven het verkeersbord gaat.
Alle weggebruikers zijn ook verplicht te stoppen als dit wordt aangegeven met een rode lamp of met een lichtbak die is aangebracht aan een politievoertuig en waarop met rode letters de tekst ‘STOP’ of ‘STOP POLITIE’ staat.
Oók kan de tekst ‘VOLGEN’ getoond worden. U moet dan het politievoertuig volgen tot u de aanwijzing ‘STOP’ krijgt.

Verkeerstekens

Verkeerstekens gaan boven verkeersregels, voor zover deze regels onverenigbaar zijn met deze verkeerstekens. Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden. Er zijn drie verschillende soorten verkeerstekens, namelijk verkeerslichten, verkeersborden en verkeerstekens op de weg.
Verkeerslichten gaan boven verkeersborden en boven verkeersregels die de voorrang regelen. Dat betekent dat u als bestuurder bij een rood verkeerslicht moet stoppen en voorrang moet verlenen aan bestuurders die groen licht hebben. Ook als u op een voorrangsweg rijdt of als de andere bestuurder van links komt moet u bij een rood verkeerslicht stoppen.

Parkeerbord

U rijdt op een voorrangsweg en nadert een rood verkeerslicht. U hoeft niet over ’voorrang‘ na te denken. Hier geldt uitsluitend het gebod van het rode licht: stop!
Als een weg is verdeeld in rijstroken, kan de toepassing van een verkeersbord worden beperkt tot één of meer rijstroken zoals een beperking of een inrijverbod voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, breder zijn dan op het bord is aangegeven.De borden E1 (parkeerverbod), E2 (verbod stil te staan), E3 (verbod fietsen of bromfietsen te plaatsen) gelden uitsluitend voor die zijde van de weg waar het bord is geplaatst.
Het parkeren van een voertuig en het plaatsen van een fiets, snorfiets en bromfiets is toegestaan op de daarvoor bestemde weggedeelten, zoals parkeervakken, parkeerstroken, fietsklemmen enz.
Als boven een bord het woord ‘ZONE‘ is aangebracht geldt het bord.
Onder verkeersborden kunnen onderborden zijn aangebracht. De symbolen op de onderborden hebben dezelfde betekenis als de symbolen op de verkeersborden. Het verkeersbord geldt dan uitsluitend voor de op de onderborden getoonde weggebruikers. Als op het onderbord het woord ‘UITGEZONDERD‘ voorkomt geldt het verkeersbord niet voor de op de onderborden getoonde weggebruikers.
U mag deze weg inrijden. De geslotenverklaring geldt uitsluitend voor vrachtauto‘s.

Herkenbaarheid verkeersborden

Verkeersborden zijn er in diverse vormen en kleuren. De ronde borden (veelal met rode rand of geheel blauw) houden een verbod of gebod in. Driehoekige borden geven meestal een gevaarlijke situatie aan. Vierkante blauwe borden kunnen een regiem in een bepaald gebied aangeven, informatie bevatten of bewegwijzering inhouden. Blauwe parkeerborden kunnen ook een verbod voor andere voertuigen, dan die op het bord staan, inhouden. Verder zijn er borden die u informatie verschaffen, zoals bijvoorbeeld voor wegbewijzering en bij voorsorteren.
Om het u wat gemakkelijker te maken heeft de wetgever de borden verdeeld in groepen.
De indeling is: A. Snelheid.
B. Voorrang.
C. Geslotenverklaring.
D. Rijrichting.
E. Parkeren en stilstaan.
F. Overige geboden en verboden. G. Verkeersregels.
H. Bebouwde kom.
J. Waarschuwing.
K. Bewegwijzering.
L. Informatie.

Verkeersregels

Verkeersregels zijn regels die voorschrijven hoe weggebruikers zich moeten gedragen in het verkeer. De Verkeersregels moeten door alle weggebruikers worden opgevolgd als er geen aanwijzingen worden gegeven of als er geen verkeerstekens aanwezig zijn. Bijvoorbeeld de normale voorrangsregels, plaats op de weg en de regels met betrekking tot de verschillende maximumsnelheden. We zullen zien dat de verkeersregels echter niet voor alle weggebruikers onder alle omstandigheden hetzelfde zijn. Soms gelden andere regels en soms zijn uitzonderingen van toepassing. De normale voorrangsregels vallen onder het begrip verkeersregels. U moet hier de auto van rechts voorrang verlenen.

Verplichtingen bestuurders

– Bestuurders moeten altijd over de vereiste rijvaardigheid beschikken en zij moeten daartoe lichamelijk en geestelijk geschikt zijn. Ongemak, stress, en haast kan uw rijvaardigheid geestelijk ongunstig beïnvloeden. Met een arm of been in het gips bent u meestal lichamelijk ongeschikt;
– Bestuurders mogen bij het besturen niet door passagiers, lading, dieren of op andere wijze worden gehinderd of worden afgeleid.
Verplichtingen ten opzichte van andere weggebruikers
Bestuurders moeten blinden, voorzien van een witte stok met één of meer rode ringen voor laten gaan. Dat geldt ook voor alle personen die zich moeilijk voortbewegen, bijvoorbeeld ouderen en gehandicapten.
Bestuurders moeten het overige verkeer voor laten gaan als zij een bijzondere manoeuvre uitvoeren. Zoals bij het wegrijden, achteruitrijden, in file parkeren, uit een uitrit de weg oprijden. Ook van een weg een inrit inrijden, keren, van de invoegstrook de doorgaande rijbaan oprijden, van de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden en van rijstrook wisselen.
Verder moeten bestuurders bij alle belangrijke zijdelingse verplaatsingen en bij het veranderen van rijstrook richting aangeven.
U moet het overige verkeer voor laten gaan tijdens het uitvoeren van een bijzondere manoeuvre.

Slepen

Bestuurders van motorvoertuigen en brommobielen mogen per keer niet meer dan één motorvoertuig slepen. De onderlinge afstand mag maximaal 5 m bedragen. U mag voor de veiligheid in het midden van de sleepkabel een rode vlag bevestigen en waarschuwingsknipperlichten voeren. De bestuurder van het gesleepte motorvoertuig moet – voorzover vereist – in het bezit zijn van een geldig rijbewijs en het kentekenbewijs voor dat motorrijtuig. Het gesleepte voertuig moet minimaal WA verzekerd zijn. Als u gesleept wordt, moeten uw passagiers plaatsnemen in het voorste voertuig. Als in het voorste voertuig geen plaats is, mogen zij in uw auto plaatsnemen. Deze regel is ingevoerd om ervoor te zorgen dat in het gesleepte voertuig zo min mogelijk gewicht aanwezig is. U moet, als u wordt gesleept, extra alert zijn, want tijdens het slepen zonder draaiende motor zullen de rem- en stuurbekrachtiging niet werken.
Het is niet toegestaan een tweewielig motorvoertuig te slepen.

Verplichte documenten

Bestuurders mogen hun auto niet op de openbare weg laten staan of ermee aan het openbare verkeer deelnemen als niet aan de volgende voorwaarden is voldaan: – er moet een geldig kentekenbewijs deel 1A (technische gegevens) en deel 1B (gegevens van de eigenaar of houder) aanwezig zijn. Deel 2 (overschrijvingsbewijs) heeft een functie bij het wijzigen van de tenaamstelling van het voertuig. Dit bewijs kan het beste thuis op een veilige plaats worden bewaard. Het (oude) kopie deel 3 kan ook nog als overschrijvingsbewijs dienen;
– er moeten twee goedgekeurde gele kentekenplaten met hetzelfde kenteken aanwezig zijn;
– de houderschapsbelasting moet zijn betaald. Voor aanhangwagens achter een personenauto, bestelauto of autobus en alle caravans en vouwwagens hoeft geen belasting betaald te worden.

Bestuurders mogen niet met een motorfiets, auto, vrachtauto of autobus aan het openbare verkeer deelnemen zonder (geldig) rijbewijs voor het motorvoertuig dat wordt gebruikt. Verder mogen zij geen motorrijtuig besturen, ook niet om rijles te nemen of voor een rijexamen, als het rijbewijs is ingevorderd of tijdens de periode van een ontzegging van de rijbevoegdheid.
Bestuurders mogen op de openbare weg met een vrachtauto of autobus geen rijles nemen zonder in het bezit te zijn van een geldig rijbewijs B.
De rij-instructeur geeft u aanwijzingen

Theorie examen aanvragen

Theorie aanvragen CBR

Bij het CBR kun je direct je theorie examen aanvragen. Voor de auto, bromfiets of motor. Maak de keuze waar en wanneer je het CBR examen wil afleggen en ontvang de CBR oproepkaart. Ga nu naar CBR.nl om jouw theorie-examen direct te kunnen reserveren.

De uitslag van jouw examen

Zo werkt het theorie examen: je krijgt de uitslag ook binnen 24 uur per e-mail toegestuurd. Dit kan wel alleen als jij (of je rijschool) je e-mailadres hebt doorgegeven bij de reservering. De uitslag ‘Voldoende’ is 1,5 jaar geldig. Mocht je gezakt zijn, dan legt de mail uit waar je extra aan moet werken voor je volgende theorie-examen. Ook kun je na ontvangst van deze mail een nieuwe examen inplannen.

CBR theorie aanvragen met TOM Theorie

Geslaagd

Slagen voor het CBR theorie examen met TOM Theorie werkt. Onze cursisten weten een beduidend hoger slagingspercentage te halen in vergelijking met leerlingen die uit een boekje leerden. En natuurlijk slaag jij ook voor je theorie-certificaat !