• +088- 040 6600
  • info@tomtheorie.nl

Verkeerslichten

Verkeerslichten

You are here:

Verkeerslichten

Driekleurige verkeerslichten

Wordt het verkeer geregeld door middel van driekleurige verkeerslichten, dan is de betekenis van:

  • groen licht: doorgaan;
  • geel licht: stop, bestuurders die het licht zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan; – rood licht: stop.

Als in een driekleurig verkeerslicht of in een daaraan toegevoegd éénkleurig verkeerslicht een verlichte pijl zichtbaar is, geldt het licht uitsluitend voor de door de pijl aangegeven richting.

Bij een groene verlichte pijl is er dan in principe een vrije route. Let echter goed op bestuurders die net door rood rijden!

Als onder of bij een driekleurig verkeerslicht een bord is geplaatst met de tekst ‘rechtsaf voor fietsers vrij‘ gelden het gele en rode licht niet voor rechtsafslaande fietsers, snorfietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen. Zij moeten dan het overige verkeer ter plaatse voor laten gaan.

Op plaatsen waar bromfietsers op een fiets-/bromfietspad rijden kan bij driekleurige verkeerslichten een bord zijn geplaatst met de tekst ‘rechtsaf voor (brom)fietsers vrij‘.

Als de verkeerslichten niet werken, knippert meestal het gele licht. Dat betekent: gevaarlijk punt, voorzichtigheid geboden. Vaak zijn bij kruispunten verkeersborden geplaatst die dan de voorrang regelen. Als deze borden niet zijn geplaatst, dan gelden onder die omstandigheden ter plaatse de normale voorrangsregels.

Militaire colonne

Bestuurders van een motorvoertuig van een militaire colonne die het verkeerslicht bij groen licht is begonnen te passeren, mogen blijven doorgaan ook nadat een andere kleur licht zichtbaar is geworden.

Weggebruikers voor wie het verkeerslicht op groen springt, moeten wachten tot de gehele colonne voorbij is.

Als u zich tussen de colonne heeft gevoegd, bijvoorbeeld door een inhaalmanoeuvre, maakt u geen deel uit van de militaire colonne en moet u wel stoppen voor een geel of rood verkeerslicht.

U behoort met uw auto niet tot de militaire colonne. U moet stoppen voor het rode verkeerslicht.

De verplichting om bij een geel of rood verkeerslicht te stoppen geldt niet voor bestuurders van voorrangsvoertuigen.

Tweekleurige verkeerslichten

Tweekleurige verkeerslichten betekenen:

– geel licht: stop, bestuurders die het licht zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan; – rood licht: stop.

 

Tweekleurig Verkeerslicht

Deze tweekleurige verkeerslichten worden vaak toegepast op plaatsen waar ze slechts incidenteel in werking hoeven te zijn, zoals bij bruggen en oversteekplaatsen. Ze staan ook bij uitritten van politie, brandweer, ziekenhuizen en GGD waar vaak bestuurders van voorrangsvoertuigen in- en uitrijden.

 

Aftelverkeerslichten

In verband met een vlottere doorstroming van het verkeer zijn er op diverse plaatsen in ons land zogenoemde aftelverkeerslichten geplaatst. Tenminste drie seconden voor het licht op groen springt gaat er, zichtbaar op het verkeerslicht, een teller lopen. Het systeem zorgt er voor dat de voorste bestuurder in de rij een halve seconde eerder vertrekt en er gaan ook meer voertuigen door die groene fase. Hierdoor wordt dus de capaciteit van een kruispunt vergroot.

Aftelverkeerslichten hebben het doel de doorstroming te bevorderen.

Tram- en buslichten

Tram- en buslichten moeten worden toegepast bij drie of tweekleurige verkeerslichten -als ter plaatse voor trams en/of lijnbussen en autobussen een eigen ruimte, gescheiden van het overige verkeer, beschikbaar is- of als ter plaatse bestuurders van trams en/of lijnbussen en autobussen vanuit een rijstrook een richting mogen volgen die aan het overige verkeer in die rijstrook niet is toegestaan. Deze lichten gelden natuurlijk ook voor bestuurders van andere voertuigen die een busbaan of busstrook volgen waar tram/buslichten staan. Denk bijvoorbeeld aan een taxi.

Door middel van de lampjes wordt aangegeven welke richting wordt geregeld:

  • rechtsboven en linksonder wit licht of wit knipperlicht:

bestuurders van trams, lijnbussen en andere autobussen mogen rechts afslaan;

  • linksboven en rechtsonder wit licht of wit knipperlicht:

bestuurders van trams, lijnbussen en andere autobussen mogen links afslaan;

  • linksboven en rechtsboven en middenonder wit licht of wit knipperlicht:

bestuurders van trams, lijnbussen en andere autobussen mogen links en rechts afslaan;

  • middenboven en middenonder wit licht of wit knipperlicht:

bestuurder van trams, lijnbussen en andere autobussen mogen rechtdoor gaan;

  • linksboven en middenboven en middenonder wit licht of wit knipperlicht:

bestuurders van trams, lijnbussen en andere autobussen mogen rechtdoor en links afslaan;

  • rechtsboven en middenboven en middenonder wit licht of wit knipperlicht: bestuurders van trams, lijnbussen en andere autobussen mogen rechtdoor en rechts afslaan;
  • middelste geel licht:

bestuurders van trams, lijnbussen en andere autobussen moeten stoppen. Bestuur ders die het licht zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan;

  • middelste rij, links en rechts rood licht: bestuurders van trams, lijnbussen en andere autobussen moeten stoppen.

Er kunnen op kruispunten meerdere tram-/buslichten zijn geplaatst, zodat verschillende rijrichtingen tegelijk kunnen worden geregeld.

Overweglichten

Als overwegen voorzien zijn van lichten dan betekent: – wit knipperlicht: er nadert geen trein; – rood licht of rood knipperlicht: stop.

Bruglichten

Als bruggen voorzien zijn van lichten betekent:

  • rood licht of rood knipperlicht: stop.

Rijstrooklichten

Als boven rijstroken lichten zijn aangebracht dan betekent:

  • een verlichte groene pijl of maximumsnelheid: de rijstrook mag worden gebruikt met inachtneming van de aangegeven maximumsnelheid;
  • een verlicht rood kruis: de rijstrook mag niet worden gebruikt. Een verlicht rood kruis boven een spitsstrook (zie de onderdelen SPITSSTROOK) betekent dat de vluchtstrook alleen in noodgevallen mag worden gebruikt.

Het negeren van een rood kruis valt inmiddels onder de zogenoemde ‘hufterfeiten’. Dat betekent dat deze overtredingen via het strafrecht worden afgehandeld. Dat houdt in dat er naast een geldboete ook andere straffen en maatregelen kunnen worden opgelegd, zoals gevangenisstraf en intrekking van het rijbewijs.

  • een verlicht wit einde teken: einde van alle op een elektronisch signaleringsbord aangegeven verboden;
  • een verlichte witte tekst ‘BUS‘:

de rijstrook is bestemd voor bestuurders van lijnbussen en van andere autobussen;

  • een verlichte witte tekst ‘LIJNBUS‘: de rijstrook is uitsluitend bestemd voor bestuurders van lijnbussen;
  • een verlicht waarschuwingsbord: waarschuwingsborden geven aan waarom u voorzichtiger en/of langzamer moet gaan rijden bijvoorbeeld bij file, ongeval, slecht zicht door sneeuw, regen, mist, ijzel of sneeuw;
  • een verlichte witte tekst ‘FILE‘:

Naast rijstrooklichten boven rijstroken kunnen er ook verlichte teksten naast de weg zijn aangebracht zoals bijvoorbeeld  ‘file‘.

Gele knipperlichten op lichtbakken vragen extra aandacht voor de gegeven adviezen of waarschuwingen.

Als er op zowel de rijstrooklichten als de verkeersborden een maximumsnelheid wordt aangegeven, geldt de laagste aangegeven maximumsnelheid.

Boven de weg kan ook een verlichte tekst met route-informatie worden aangegeven. Zo’n elektronisch matrixbord heet ‘Dynamisch Route Informatie Paneel‘ en geeft informatie over de komende route.

Voetgangerslichten

Als voetgangersoversteekplaatsen zijn voorzien van lichten dan betekent:

  • groen licht: voetgangers mogen oversteken;
  • groen knipperend licht: voetgangers mogen oversteken, maar het rode licht verschijnt spoedig;
  • rood licht: voetgangers mogen niet meer beginnen met oversteken, reeds overstekende voetgangers moeten zo snel mogelijk doorlopen.

Het rode licht kan worden vervangen door een geel knipperlicht in de vorm van een waarschuwingsdriehoek. Het geeft aan dat voetgangers op eigen risico mogen oversteken, mits zij het overige verkeer ter plaatse -ook het afslaande verkeer- voor laten gaan. Voetgangers die liever willen oversteken als het rijdende verkeer rood licht heeft kunnen wachten op het groene voetgangerslicht, want dat blijft gehandhaafd.

Voetgangerslichten kunnen voorzien zijn van een rateltikker. Blinden en slechtzienden kunnen daarmee horen of zij veilig kunnen oversteken. Als het voetgangerslicht op rood staat, is een tikkend geluid te horen. Staat het voetgangerslicht op groen, dan is een snel tikkend, ratelend geluid te horen.

Als bij verkeerslichten een drukknopinstallatie voor voetgangers is geplaatst, dan moeten voetgangers eerst op de drukknop drukken om groen licht te krijgen. Bij deze installaties is meestal het gele drukknopbord geplaatst.

Geel knipperlicht

Een geel knipperlicht betekent:

– gevaarlijk punt: voorzichtigheid geboden.

U nadert dan bijvoorbeeld een oversteekplaats, een onoverzichtelijk kruispunt of een wegopbreking. Meestal is het veiliger om uw snelheid te minderen en extra voorzichtig het gevaarlijke punt te naderen.

RuudBrocken